Music sample

J.S. Bach (1685-1750) - Orgelbüchlein:

Gelobet seijstu Jesu Xst

Registratie: Bw:B8, F4,S3  GM:P8  P:P16

Der tag der ist so freudenreich

Registratie: GM:P8,VdG8,F2   RP:P8,Q8,W2,F8

P:P16,O8,O4,N2

Van de CD: "Orgels van de Grote Sint Laurenskerk"

 

Organist: Pieter van Dijk

 

Registers links

 

Registers rechts

Grote Sint Laurenskerk

Van Hagerbeer/Schnitger orgel

Dispositie
Bovenwerk (III)   Rugpositief (I)  
       
Praestant 8’ 1646 Praestant 8’ (Tr.II) 1782 (front)/1646/1725
Baarpyp 8’ 1685 Quintadena 8’ 1646 (1782/1949/1986)
Rohrfluit 8’ 1725 Octaav 4’ 1725
Quintadena 8’ (1646)1725   Nasaat 3’ 1725
Octaav 4’ (1646)1725 Fluit 4’ (1545/1646)1725
Fluit Dous 4’ (1646)1725 Superoctaav 2’ 1725
Spitsfluit 3’ 1725 Quintfluit 3’ 1646/1986
Superoctaav 2’ 1646 Waldfluit 2’ 1646/1725/1986
Speelfluit 2’ 1725 Quintanus 1 ½’ 1725/1986
Sexquialtera II 1725 Mixtuur V-VI 1725
Scherp IV 1725 Sexquialtera II 1725
Cimbel III 1725 Cimbel III 1725
Hautbois 8’ 1725 Fagot 8’ 1725
Vox Humana 8’ 1725 Vox Humana 8’ 1725
Tremulant   Tremulant  
Groot Manuaal (II)    Pedaal  
       
Praestant 16’ (1545)1646 Principaal 22’ 1646
Praestant 8’ 1646 Praestant 16’ 1646
Praestantquint 6’ 1646(1782/1986) Rohrquint 12’ (1545/1644)1725(1782/1949/1986)
Octaav 4’ 1646 Octaav 8’ 1646
Quinta 3’ 1986 Quinta 6’ (1646)1725(1986)
Octaav 2’ 1646 Octaav 4’ 1646
Flachfluit 2’ 1646/1725 Nachthoorn 2’ 1725
Ruyschpyp II 1646/1725 Ruyschpyp III 1725
Tertiaan II 1725 Mixtuur VIII 1725(1986)
Mixtuur VI 1986 Basuin 16’ 1725
Trompet 16’ 1725 Trompet 8’ 1725
Viool di Gamba 8’ 1725 Trompet 4’ 1725
Trompet 4’ 1725(1986) Cornet 2’ 1725

Compass Manuals: C-d'''

Compass Pedal: C-d'

Manual couplers: Rp+GM, Rp+Bw, GM+Bw

Pedal couplers: P+Rp, P+GM (added to the specification of 1725)

Four cut-out valves

Pitch: a'=415 Hz

Equal temperament

Wind pressure: 76 mm 

























De geschiedenis van het Van Hagerbeer/Schnitger orgel
1639-46 built by: Galtus, Germer and Jacobus van Hagerbeer
  design of the the organ-case by: Jacob van Campen
  paintings at the hinged doors by: Caesar van Everdingen
1652-53 large alterations by: Jacobus van Hagerbeer
1685 / 1704   smaller alterations by: Roelof Barentsz. and Johannes Duytschot
1722-25 renovation in North-German style by: Frans Caspar Schnitger
1781-82 restoration and alterations by: Johannes Strumphler
1823 restoration and alterations by: A. van Gruisen
1843-44 restoration and alterations by: Dirk Sjoerds Ypma
1854 restoration and alterations by: C.F.A. Naber
1897-98 restoration and alterations by: J. Fr. Witte
1947-49 restoration and alterations by: D.A. Flentrop
1982-86 restoration by: Flentrop Orgelbouw

In 1638 krijgt orgelbouwer Levijn Eekman uit Amsterdam de opdracht om de twee koororgels van de St. Laurenskerk tot een groter instrument samen te voegen. Na diens vroegtijdig overlijden nemen de befaamde Hollandse orgelbouwers Galtus, Germer en Jacobus van Hagerbeer zijn taak over. In 1639 besluit men echter een geheel nieuw drieklaviers orgel te bouwen met 31 registers. De befaamde schilder/architect Jacob van Campen(1595-1665) ontwerpt het front in classicistische stijl. De Alkmaarse schilder Caesar van Everdingen (ca. 1617-1678) krijgt de opdracht om de grote orgelluiken te beschilderen met de Bijbelse voorstelling “De triomf van Koning Saul na de overwinning van David op Goliath” (naar I Samuel 18:6-7). Het instrument, dat als pronkstuk beschouwd werd van de Hollandse orgelbouwkunst in de 17e eeuw, werd voltooid in 1646. De dispositie (naar Havingha, 1727) na herstellingen en uitbreidingen door Jacobus van Hagerbeer in 1652-53 is te vinden in de Engelse tekst.

 

 

In 1685 en 1704 wordt er nog door de gerenommeerde Amsterdamse orgelmakers Duytschot aan het orgel gewerkt. Als in 1722 Gerhardus Havingha (1696-1753) uit Groningen tot stadsorganist wordt benoemd weet hij het Alkmaarse stadsbestuur in korte tijd te overtuigen van de noodzaak van een grootscheepse renovatie. De opdracht wordt gegeven aan de Noord-Duitse orgelbouwer Frans Caspar Schnitger (1692-1729), van wiens werk Havingha een vurig pleitbezorger was. Tussen 1723 en 1725 verrijst achter het (ongewijzigde) front van Jacob van Campen een groot driemanualig orgel met 56 registers in Noord-Duitse stijl. Ondanks het buitengewoon lovende keuringsrapport werd deze renovatie in de Republiek sterk bekritiseerd en leverde een verhitte polemiek op tussen Havingha en zijn opponenten, die de klassieke Hollandse orgelbouwtradities verdedigden. De gepubliceerde reacties op Havinga’s boek “Oorspronk en Voortgang der Orgelen, met de voortreffelijkheid van Alkmaars Groote ORGEL” uit 1727 van Jacob Wognum en Eneas Veldcamps getuigen hiervan. Schnitgers vernieuwing van het Alkmaarse orgel zou echter belangrijke consequenties hebben voor de ontwikkelingen in de Hollandse orgelbouw in de 18e eeuw. Hierna zou het Alkmaarse orgel geen grootscheepse wijzigingen meer ondergaan.

 

 

In 1781-82 restaureerde en wijzigde orgelbouwer Johannes Strumphler uit Amsterdam het orgel, bij welke gelegenheid de kas door overschildering ook een ander aanzien kreeg. In de 19e eeuw werkten de orgelbouwers Van Gruisen (1823-24), Ypma (1843-44), Naber (1854) en Witte (1897-98) aan het orgel. Na een voor het orgel zeer bedreigende periode (1898-1946), restaureerde orgelbouwer D. A. Flentrop het orgel in 1947-49 op een voor die tijd zeer terughoudende wijze, waarbij herstel van de oorspronkelijke dispositie het uitgangspunt was. Na deze restauratie krijgt het orgel mede dankzij vele plaatopnames wereldfaam. In de zestiger jaren verslechterde de conditie van het orgel zodanig dat een nieuwe restauratie onvermijdelijk werd. Na een jarenlange voorbereidingsperiode van fondswerving en minutieus onderzoek werd in 1982 een grootscheepse restauratie gestart door Flentrop Orgelbouw, Zaandam. Uitgangspunt was een volledig herstel van het orgel volgens het concept van Schnitger. Het uiterlijk van de kas herkreeg, na grondig onderzoek, de oorspronkelijke 17e-eeuwse kleurstelling. Ook de luiken werden gerestaureerd. In juni 1987 werd het gerestaureerde instrument feestelijk in gebruik genomen en geniet sindsdien een wereldwijde reputatie. Als uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven barokorgel getuigt het in zijn unieke klankschoonheid van het meesterschap van zijn makers!

 

 

 

 

Data en makers van het pijpwerk
1545 Claes Willemsz. (hergebruikt materiaal van het voormalige kleinere koor-orgel)
1646 Galtus, Germer en Jacobus van Hagerbeer
1685 Roelof Barentsz. en Johannes Duytschot
1725 Frans Caspar Schnitger
1782 Johannes Strumphler
1949 D.A. Flentrop
1986 Flentrop Orgelbouw
Organisten van het Van Hagerbeer/Schnitger-orgel, 1639-2000
Jacob Jansz. Crabbe, 1639-1670 Johannes Wilhelmus Kranch, 1816-1836
Henrik Bakkerus, 1670-1684 Jan Hendrik Anthonie Ezerman, 1836-1881
Gerhard van der With,1684-1690 Jan Meindert Otto, 1881-1929
Jurriaan Jurriaansz. Buff, 1690-1691 W. H. Slinger, 1929-1935
Johannes Kempher, 1691-1702 P. Brommer, 1936-1940
Egbert Enno Veldcamps, 1702-1722 Hendrik van Westrienen, 1940-1946
Gerhardus Havingha, 1722-1753 P. Kist, 1946-1948
Adrianus Winkel, 1753-1765 Simon C. Jansen, 1948-1952
Frederik Willem Michelet, 1765-1773 Piet Kee, 1952-1987
Michael Körnlein, 1773-1806 Hans van Nieuwkoop, 1990-2000
Cornelis Berghuijs, 1807-1816 Pieter van Dijk, 2000-

©Frank van Wijk, Bergen NH, February 2001

 

 
 
Copyright Schnitger © 2006