| Manuaal |
|
Pedaal |
|
| |
|
|
|
| Prestant S |
8’ |
Bourdon S |
16’ |
| Bourdon (discant) S |
16’ |
|
|
| Holpijp S |
8’ |
Toonhoogte: a’=450 Hz. |
|
| Octaaf S |
4’ |
Gelijkzwevende temperatuur |
|
| Fluit S |
4’ |
Manuaalomvang: C-f’’’ |
|
| Quint |
3’ |
Pedaalomvang: C-d’ |
|
| Octaaf S |
2’ |
|
|
| Mixtuur |
II-III |
S = Strumphler, 1792 |
|
| Sexquialter (discant) |
II |
|
|
| Tremulant |
|
|
|
De vroegst bekende gegevens over een orgel in de Remonstrantse Kerk te Alkmaar dateren uit 1725. De notulen van de Kerkenraad uit het jaar 1726 maken gewag van het ter beschikking stellen van een tweeklaviers pedaalklavichord aan organist Rijk Dirksz. ‘om zich op te oefenen’, onder de voorwaarde dat hij zich voor een periode van vier jaar als organist aan de Remonstrantse Kerk zou verbinden. Joachim Hess vermeldt in zijn orgelbeschrijvingen uit 1774 in deze kerk een tweeklaviers orgel van 10 registers met een aangehangen pedaal.
In 1788 werd er een overeenkomst gesloten met Dirk Johan Baars (een maker van huisorgels uit Amsterdam). Op de lijst onder het (loze) onderfront is dit jaartal nog steeds te zien. De rekeningen van de kerkmeesters maken gewag van het maken van ‘een nieuw positief’. Reeds vier jaar later kreeg Johannes Strumphler uit Amsterdam de opdracht om een nieuw orgel te vervaardigen. Wellicht dat de kwaliteit van het werk van Baars te wensen overliet. Strumphler daarentegen had een uitstekende reputatie als bouwer van huisorgels. In 1792 voltooide hij voor 1725 gulden een nieuw éénklaviers orgel met tien registers.
Dispositie
(volgens G.H. Broekhuyzen, ‘Orgelbeschrijvingen’, ca. 1850-1862):
| Manuaal |
|
| |
|
| Bourdon |
16’ |
| Prestant |
8’ |
| Holpijp (disc. Fluit 8’) |
8’ |
| Octaaf |
4’ |
| Fluit |
4’ |
| Quint |
3’ |
| Octaaf |
2’ |
| Sexquialter disc. |
IV |
| Sexquialter bas |
II |
| Mixtuur |
IV |
| Trompet |
8’ |
Latere wijzigingen aan het instrument
In 1908 werd het orgel radicaal vernieuwd door Jos Vermeulen Orgelbouw (Alkmaar). Het instrument werd voorzien van pneumatische tractuur en de dispositie werd sterk gewijzigd: de Trompet, Quint, Mixtuur en Sexquialter werden vervangen door zachte 8-voets registers, zoals een Gamba en Voix Célèste. Tevens werd de orgelkas dieper gemaakt. Merkwaardigerwijs bleven de drie originele spaanbalgen (die buiten gebruik gesteld werden) bewaard. Na de kerkrestauratie (1964) werden orgelrestauratieplannen gemaakt. Vermeulen Orgelbouw herstelde het orgel en leverde een nieuwe Mixtuur, Sexquialter en Dulciaan. De tractuur bleef echter pneumatisch.
1995 / Restauratie door Flentrop Orgelbouw
Met deze restauratie, waarbij Jan Jongepier als adviseur optrad, werd het Strumphler-concept hersteld. De orgelkas herkreeg zijn oorspronkelijke diepte en de drie originele spaanbalgen werden weer aangesloten. De klaviatuur werd gereconstrueerd naar het Strumphler-orgel te Noordeinde en ook de tractuur en dispositie werden gereconstrueerd. Een gelukkige omstandigheid was het feit dat een 18e-eeuwse windlade uit de voorraad van Flentrop Orgelbouw kon worden benut, die qua maatvoering zeer goed in de orgelkas paste.
Sedert 1995 is Alkmaar weer een karakteristiek historisch orgel rijker!
©Frank van Wijk, Bergen NH, April/Mei 2000