| Hoofdwerk |
Bovenwerk |
| |
|
| Prestant M 8’ |
Holpijp 8’ |
| Roerfluit M 8’ |
Prestant (discant) 8’ |
| Octaaf M 4’ |
Viola di Gamba 8’ (C-c: gecombineerd |
| |
met Holpijp) |
| Gemshoorn M 4’ |
Roerfluit 4’ |
| Quint (disc. dubbel) M 3' |
Octaaf 2’ |
| Octaaf M 2’ |
|
| Nachthoorn M 2’ |
Koppel HW-BW |
| Mixtuur M III-V |
Tremulant |
| Tertiaan (discant) II |
Toonhoogte: a’=440 Hz. |
| Cornet (discant) M IV |
Temperatuur: Werckmeister III |
| |
|
| Aangehangen pedaal |
Winddruk: 68mm |
| Manuaalomvang: C-f’’’ |
Windvoorziening: magazijnbalg (Ypma) |
| Pedaalomvang: C-d’ |
M = Müller(?), 1755 |
Het orgel van de Lutherse Kerk te Alkmaar is gebouwd in 1755 door een onbekende bouwer. De bouwstijl, pijpwerkfactuur en andere kenmerken wijzen echter in de richting van Pieter en/of Christian Müller als mogelijke bouwers. Helaas geven archiefstukken geen uitsluitsel over de naam van de maker.
Dispositie uit 1774
(volgens Joachim Hess: ‘Dispositien der merkwaardigste Kerk-Orgelen…’ Gouda, 1774)
Manuaal
Praestant 8’
Holpyp 8’
Octaav 4’
Gemshoorn 4’
Quint 3’
Sup. Octaav 2’
Nagthoorn 2’
Tertiaan
Mixtuur
Cornet
[Klavieromvang : C-c’’’
Toonhoogte: a’=415 Hz.
Temperatuur: middentoon
Praestant 8’ and Quint 3’ discant dubbel]
Enkele karakteristieken:
Het prestantenkoor (met Mixtuur en Tertiaan) is gecombineerd met een voor Müller karakteristiek ensemble van fluitregisters: Holpijp, Gemshoorn, Nachthoorn en Cornet (vgl. Bovenwerk Müller-orgel Kapelkerk).
Gedurende de werkzaamheden van vader en zoon Müller in Alkmaar als ‘stads-orgelonderhouders’ bezochten zij de kerkdiensten in ‘hun’ Lutherse Kerk. Pieter Müller trad er in 1762 in het huwelijk, wellicht dat dit orgel een vroeg werkstuk (zijn ‘meesterproef?) van zijn hand is; Pieter was 17 jaar in 1755.
De orgelkas
Een eenvoudig maar smaakvol ontwerp: een ronde middentoren wordt omringd door vier gebogen tussenvelden en geflankeerd door twee spitse zijtorens. De ornamentiek vertoond karakteristieken van de Rococostijl. De kas wordt bekroond het symbool van de Lutheranen: een zwaan (zojuist geland op een klok!)
In 1806 werd het orgel gerepareerd door de Alkmaarse orgelmaker J.C. Deytenbach.
ca. 1875 / vernieuwing en uitbreiding door L. Ypma
Rond dit jaar vergroot de Alkmaarse orgelbouwer Lodewijk Ypma het instrument. Een samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden (het is interessant om deze wijzigingen te vergelijken met Ypma’s werkzaamheden in de Kapelkerk, zes jaar later):
-Toevoeging van een Bovenwerk met vijf registers
Holpijp 8’, Prestant 8’ (disc.), Viool di Gamba 8’, Salicet 4’, Roerfluit 4’
- Toevoeging van een aangehangen pedaal
- Speeltafel verplaatst van achterzijde naar zijkant
- Klavieromvang (en windlade) uitgebreid van C-c’’’ tot C-f’’’
- Orgelkas dieper gemaakt, Hoofdwerklade lager geplaatst
- Spaanbalgen vervangen door magazijnbalg
- Koren van Mixtuur en Cornet gereduceerd
- Tertiaan vervangen door Salicet 8’
Het oude klavier (1755) werd door Ypma hergebruikt voor het nieuwe Bovenwerk: vijf toetsen werden bijgemaakt, de oude c’’’-toets werd f’’’-toets, zoals waarneembaar is aan het bovenklavier.
Dispositie ca. 1875
| Hoofdwerk |
Bovenwerk |
| |
|
| Prestant 8’ |
Holpijp 8’ |
| Roerfluit 8’ |
Prestant (disc.) 8’ |
| Salicet 8’ |
Viool di Gamba 8’ |
| Octaaf 4’ |
Salicet 4’ |
| Gemshoorn 4’ |
Roerfluit 4’ |
| Quint 3’ |
|
| Octaaf 2’ |
Tremulant |
| Nachthoorn 2’ |
|
| Mixtuur |
|
| Cornet (disc.) |
|
In 1936 werd het orgel hersteld door A.J. Overdijk .
1957 / Restauratie door D.A. Flentrop
Dispositiewijzigingen in 1957:
-Hoofdwerk: Salicet 8’ vervangen door een Dulciaanregaal 8’ (disc.)
-Bovenwerk: Viool di Gamba 8’ gewijzigd in Quintadena 8’
Salicet 4’ gewijzigd in Octaaf 2’
1977 / Restauratie door Flentrop Orgelbouw
De dispositie van het Hoofdwerk werd hersteld naar de situatie zoals beschreven door Hess (1774); de Tertiaan werd gereconstrueerd, alsmede de samenstelling van de Mixtuur en Cornet. Op het Bovenwerk werd de Quintadena 8’ weer gewijzigd in een Viola di Gamba 8’.
Huidige dispositie
| Hoofdwerk |
Bovenwerk |
| |
|
| Prestant M 8’ |
Holpijp 8’ |
| Roerfluit M 8’ |
Prestant (discant) 8’ |
| Octaaf M 4’ |
Viola di Gamba 8’ (C-c: gecombineerd |
| |
met Holpijp) |
| Gemshoorn M 4’ |
Roerfluit 4’ |
| Quint (disc. dubbel) M 3' |
Octaaf 2’ |
| Octaaf M 2’ |
|
| Nachthoorn M 2’ |
Koppel HW-BW |
| Mixtuur M III-V |
Tremulant |
| Tertiaan (discant) II |
Toonhoogte: a’=440 Hz. |
| Cornet (discant) M IV |
Temperatuur: Werckmeister III |
| |
|
| Aangehangen pedaal |
Winddruk: 68mm |
| Manuaalomvang: C-f’’’ |
Windvoorziening: magazijnbalg (Ypma) |
| Pedaalomvang: C-d’ |
M = Müller(?), 1755 |
Behoudens de Tertiaan en enige koren van de Mixtuur en Cornet dateren alle Hoofdwerkregisters uit 1755.
Deze registers zijn in 1977 niet gerestaureerd en hebben hun oorspronkelijke klankkarakteristieken goed behouden. Gecombineerd met de levendige windvoorziening is dit een inspirerend instrument!
©Frank van Wijk, Bergen NH, April/Mei 2000